|
Theo Jansen bouwt zijn strandbeesten uit elektriciteitsbuis. De elektriciteitsbuis zelf bracht hem op het idee van een nieuwe natuur. Niet een natuur van eiwit, zoals de echte natuur, maar een van gele buis. De beperkingen van een elektriciteitsbuis deden hem zoeken naar technische oplossingen die niet voor de hand liggen. Op de verschillende films is te zien hoe Theo Jansen zijn constructies, voortbewogen door de wind, laat lopen op het strand.
In eerste instantie probeerde hij met de buizen en plakband stevige constructies te maken. Later vond hij betere methoden uit om verbindingen te maken. Op zand blijk je je met poten efficiënter voort te bewegen dan met wielen. Hij moest er wel voor zorgen dat de poten niet hobbelden. Elke poot maakt hij uit dertien stangetjes. Met de computer selecteerde hij de beste lengtes voor de stangetjes. Hij noemt de gegevens die hij vond zijn magische getallen: ze bepalen de ideale verhoudingen. Met de beweeglijke poten konden de strandbeesten gaan lopen. In een volgende fase ontwikkelde Theo Jansen ‘spieren' en daarna ‘zenuwen' die commando's naar de spieren kunnen zenden. Daarna werkte hij aan ‘hersenen' en ‘zintuigen' opdat het strandbeest voelt als hij bij het water is en hij kan omkeren om niet te verdrinken. Opdat het beest kan gaan liggen als het te hard waait.
Theo Jansen heeft een tijdbalk gemaakt en alle beesten met hun eigen namen in volgorde geplaatst.
|